Verslag Chang-tour door Margreet
Ten dode opgeschreven olifant gered
Een onderdeel van de eerste Changreis, waar ik aan deelnam, was een bezoek aan het olifantenfestival in de plaats Surin. Na drie dagen te hebben doorgebracht in het Elephant Nature Park, een absoluut hoogtepunt van deze reis, zag ik tegen dit bezoek op.
Met de voor mij nieuwe wetenschap over olifanten die ik had opgedaan in het ENP, besefte ik dat het pijnlijk zou worden om naar dit spektakel te kijken. En pijnlijk was het zeker om deze dieren de meest bizarre kunsten te zien vertonen. De haken van de mahouts, de keiharde muziek, de angst van de baby-olifanten, de blessures en de soms beroerde conditie van de volwassenen. Op de tribune was ik onderdeel van een uitzinnige autochtone bevolking. De Thai kwamen uit alle hoeken en gaten van het land om deze show met eigen ogen te zien.
‘Wat valt er nog veel te doen voor Bteh,’ waren mijn gedachten. Na de show mocht ik mee met Antoinette om achter de schermen te kijken. Achter de coulissen waren deze olifanten overgeleverd aan de toeristen. Moederloze baby-olifanten van nog geen jaar om mee op de foto te gaan. Manke olifanten die op hun rug moesten blijven rondzeulen met koopwaar die de Thai toeristen noemen. En bijna allemaal zijn deze dikhuiden te mager. Als je dan denkt dat je alles gehad hebt, zak je helemaal door de grond van ellende. Ik stond oog in oog met een jonge radeloze olifant die was vastgeketend aan een boom langs de kant van de weg.
Haar voorpoten waren met een ketting aan elkaar gebonden. Als voortdurend door een wesp gestoken deed zij niets anders dan heen en weer springen. Ze was mager en doodsbang. De doffe blik uit haar zwaar ontstoken ogen blijft in ieder geval voor altijd op mijn netvlies hangen. Zij heet Faa Sai: de olifant die Antoinette en Lek een dag eerder al hadden ontdekt en die beiden dolgraag wilden vrijkopen. Wanneer dat niet zou lukken dan zou dat onvermijdelijk het levenseinde van Faa Sai betekenen. Het bleek dat zij al drie dagen niet had gegeten en haar ogen waren dermate geïnfecteerd dat zij, onbehandeld hiervoor, blind zou worden. Op dat moment stond er voor mij één ding vast. Faa Sai moet vrij!!
Al had ik haar daar persoonlijk weg moeten halen. Maar zo simpel werkt dat natuurlijk niet. Alles hing af van de (langdurige) onderhandelingen die door Lek en Antoinette gevoerd werden over haar vraagprijs. En die vraagprijs was aan de forse kant.
Er ging dan ook acuut een noodkreet uit naar de donateurs. Mijn reisgenote en ik kochten met de moed der wanhoop alvast een stukje Faa Sai. Haar slurf hadden wij alvast binnen. Nu de rest nog. De noodkreet had succes. De volgende middag zijn we teruggegaan naar de plaats waar Faa Sai vastgeketend stond. Ze was erg gestrest en at nog steeds niets. Het was een hoopje ellende. Hartverscheurend om naar te kijken. De sfeer was gespannen. Er werd opnieuw onderhandeld. Na een paar uur kwam het verlossende woord. De deal was gesloten!
Op verzoek van de nieuwe eigenaars moesten onmiddellijk de ketens van Faa Sai’s voorpoten worden losgemaakt. Ze werd daar meteen iets rustiger van. Na een uur begon ze te eten: watermeloen, ananas en veel, erg veel kleine stukjes geschilde suikerriet. “Dat is het juiste eten voor een baby”, merkte Lek op.
Iedereen was dolgelukkig en we huilden weer, maar nu van pure blijdschap.
Hier doe je het voor!!!!!
Deze Faa Sai was letterlijk ten dode opgeschreven en loopt nu vrij rond in het ENP met tientallen soortgenoten die haar liefdevol hebben verwelkomd.
Faa Sai heeft een nieuwe kans gekregen. Nu al die andere verwaarloosde olifanten nog die Antoinette en Lek hebben moeten achterlaten. Bring them home! Help mee.
Margreet Steendijk.



