Weblog Antoinette - maart 2008
Deze maand in het weblog onder meer: eerste bomen groeien in Khao Yai, zoeken naar de perfecte boom-plant-locatie, de held van Phuket: Ning Nong, een brainstorm met olifanteneigenaren en een ontregelt bos voor olifanten.
Maart is de maand dat alles gaat rollen. Als een kleine sneeuwbal nog, maar we gaan vooruit. Eindelijk kunnen we praktisch aan de slag. Want in Khao Yai moeten we veel doen om het eerste bomenplantkamp (in mei) voor te bereiden. Op 1 maart gingen de palen van de kwekerij de grond in en zijn de eerste 7.500 bomen besteld. Ik ga er drie dagen naartoe om WERF te helpen en om de komende activiteiten te bespreken. Vlak nadat ik in Khao Yai aankom, komt de truck aanrijden met de eerste 2.400 boompjes. Heel de middag werken we in de kwekerij: kwekerij indelen, plantjes plaatsen, het watersysteem testen. Met het huidige watersysteem zorgen we ervoor dat het hele dorp binnen no time zonder water komt te zitten. Oeps! Alongkot bestelt direct een graafmachine om de bestaande poel uit te graven. Ook goedkoper en milieuvriendelijker om grondwater te gebruiken. Als de boompjes er allemaal in staan, is iedereen uitgelaten.
Nu is Trees for Elephants in Khao Yai echt van start gegaan. De boompjes voor olifanten staan op dit moment te groeien! Naar de boompjes kijkend fantaseer ik hoe ze er over tien jaar uit zouden zien. Voor het eten wordt er bij WERF altijd eerst muziek gemaakt. Iedereen speelt er een instrument en componeert zelf ook muziek. Voor Trees for Elephants zijn, jawel, tien liedjes in de maak! ’s Ochtends hebben we teamvergadering over het programma van het boomplantkamp. Alles wordt tot in detail uitgewerkt. De kinderen zullen van alles leren over olifanten: anatomie, geschiedenis, gedrag van olifanten, het leven in de jungle, hoe olifanten beschermd kunnen worden. Tussendoor zorgen we voor genoeg entertainment dat de kinderen enthousiast blijven. Mijn presentatie gaat over de relatie tussen bomen en olifanten. Daar kan ik wel het een en ander over vertellen! Naast het theoretische gedeelte, is het practicum natuurlijk heel belangrijk: het planten van de stekjes! De monnik kan al zijn collega monniken uitnodigen om na het kamp te komen planten. Alongkot overweegt om alle andere scholen uit te nodigen om dan ook te komen helpen. Komt vast wel goed, lijkt me.
Aangezien het eerste kamp al in mei is, zijn er meer zorgen. De grond moet voorbewerkt worden. Hoe zorgen we ervoor dat de boompjes water krijgen? Hoe ver ligt de grond precies van ons kamp vandaan en is het goed bereikbaar? We springen dus in de jeep om te gaan kijken. De hoofdmonnik ontvangt ons in de tempel in het bos. Honderdtwintig kinderen? Geen enkel probleem. We kunnen tenten onder de lychee bomen kwijt, sanitair is er genoeg en de tempel is groot genoeg voor de lessen. Over het planten van bomen raakt hij maar niet uitgepraat: hij heeft al tractoren om het land te bewerken, er is op veel plekken watervoorziening maar nog niet genoeg gereedschap om iedereen aan het planten te zetten. Het team is duidelijk opgelucht, want het huren van tractoren en het aanleggen van watervoorziening kost nogal wat. We gaan het stuk land inspecteren. Volgens de monnik is het 450 rai, maar het lijkt veel groter. Aan de zuidkant grenst het aan het National Park, aan twee zijden staan hekken rondom privé terrein. De olifanten komen vaak het tempelterrein op om te eten of om verder door te lopen naar plantages. Daar zijn de boeren niet blij mee. De hoofdmonnik brengt ons naar zijn nieuwe onderkomen: op stevige hoge palen een klein kamertje midden in het bos. Dit huisje is op deze wonderlijke manier gebouwd omdat zijn vorige huis door de wilde olifanten verwoest is, vertelt hij lachend. Een stukje verder zien we een platgelopen toiletgebouw en het huisje waarvan het dak verwoest is.
Ik vraag voorzichtig wat hij ervan zou vinden als er meer olifanten zouden komen. Het zijn tenslotte bomen voor olifanten. Hij begint een hele toespraak over hoe gelukkig hij zou zijn als er meer olifanten zouden komen. Maar het allerbelangrijkste is dat de buren en de boeren achter de tempel de olifanten niet verwelkomen. Door meer ruimte en eten voor de olifanten te creëren, kunnen we dit conflict oplossen. Alongkot en ik knikken. Zonder dat we veel woorden nodig hebben, heeft iedereen hetzelfde doel voor ogen. Een teamlid fluistert dat de monnik erg veel van olifanten houdt. Naast de perfecte locatie hebben we ook blijkbaar de juiste partner gevonden. Terug in de Jeep is iedereen enthousiast. Maar er ontstaan ook gelijk nieuwe ideeën: we hebben veel meer vrijwilligers nodig om alle activiteiten voor te bereiden en te coördineren. We stellen enthousiast een programma samen. En nu vrijwilligers zoeken! Nog diezelfde avond gaat het programma online. Nou, ik ben er in elk geval zeker van dat ik me dit regenseizoen net zal vervelen!
Mijn verjaardag wil ik rustig vieren, bij de olifanten natuurlijk. Na het avondeten valt het licht ineens uit en komen de mahouts muziekmakend naar boven. Ik krijg de mooiste taart van mijn leven. Ze staan er allemaal op: Sri Nuan, Douk Ngern, Faa Sai en Pupia. Zo zonde om op te eten! Lek belt uit India om me een fijne verjaardag te wensen. En ze roept er gelijk bij dat ze Elephant Nature Park India bijna rond heeft: 10 olifanten, 150 rai land maar…. geen bomen! Of ik ook Trees for Elephant in India kan regelen. Tuurlijk, denk ik gelijk! Maar vallen die bomen dan onder onze doelstelling van 100.000? Eerst maar eens focussen op de komende grote projecten in Thailand.
Khao Yai staat aardig op de rails. Op naar het volgende project: het traditionele olifantendorp in de Isaan. Met PDA ga ik op dorpselectie-trip. Nog redelijk onduidelijk wat ons te wachten staat, beginnen we in de minibus wat te brainstormen over inkomen genererende activiteiten voor olifantenfamilies.
Olifantenpoeppapier: er moet een keer een investering gedaan worden om het materiaal aan te schaffen, maar daarna kost het vrij weinig. Olifantenpoep, kleurstof, iets natuurlijks om te bleken, als dit überhaupt bestaat. Zoveel leuke dingen te bedenken wat we met olifantenpoeppapier kunnen doen. Hier is zeker markt voor te vinden, zegt mijn marketingachtergrond.
Olifantenmest: de grond in de Isaan wordt eenzijdig gebruikt, vooral voor rijst en eucalyptus. De grond is droog en uitgeput, maar wat heel positief is: er wordt er nauwelijks pesticide gebruikt. Olifantenpoep is een goede fertilizer. Zeker als het op de juiste manier gemaakt is. Als we nu een mest kunnen samenstellen, dat perfect is voor de grond in de Isaan. Dit tot kant en klare zakken verwerken en in de regio verkopen. Goed voor de olifanten, goed voor de mensen en goed voor het milieu.
Het mahout homestay project is mijn ideale project. Dit wil ik al zo lang. En als er eenmaal een goede relatie met het dorp is, kan hier ontzettend veel gedaan worden. Als mensen het dorp bezoeken, profiteert hier uiteraard het hele dorp van.
Een boomkwekerij: in eerste instantie om een bos voor de olifanten te creëren. Hier was het ons in eerste instantie allemaal om te doen. Maar om de kwekerij zelfstandig te laten draaien, kunnen ze er ook inkomsten uit generen. Sterker nog: de specifieke bomen die wij voor olifanten nodig hebben, zijn vaak niet makkelijk te krijgen. Als we die bomen bv in deze kwekerijen laten kweken, nemen wij ze wel af. PDA geeft ook medische trainingen aan het dorp.
Vlakbij het lokale kantoor van PDA ligt een olifantendorp, Baan Nong Ku. 243 huishoudens, 703 inwoners, 22 olifanten waarvan er 1 thuis is. We besluiten om die dag in dit dorp te gaan kijken en de volgende dag naar het wilde oosten af te reizen. PDA gaat bellen om afspraken te maken met de juiste personen. Zoals met de subdistrictleider, die toevallig vier olifanten heeft maar die werken op Ko Chang, bij Isaan olifantenexpert Pittaya Homkrailas, die ons adviseert in dit project. En met de subdistrictleider, die net met een programma bezig is om toerisme in het gebied te bevorderen. Dat is alvast een mooi begin. Ik vraag de lokale directie van PDA wat ze van het concept van ons project vinden. Heel goed, vinden ze. Het is nieuw, het past precies bij het werk van PDA en het kan voor de olifantendorpen een verschil maken. De PDA projectleider voegt eraan toe dat als er meer mensen zoveel om olifanten zouden geven, de olifanten in de Isaan een beter bestaan zouden krijgen.
De subdistrictleider heeft net het idee gekregen om een gebied dat eigenlijk als industrieterrein verbouwd zou worden, als beschermd gebied te registreren. Hij wil dit gebied als openbaar bos laten fungeren, en ervoor zorgen dat er veel dieren in het bos terecht kunnen. Alle dieren zijn er welkom, gratis en onbeperkt. Vooral olifanten natuurlijk. We hebben het over 1000 rai, tussen vier dorpen waar olifanten leven, waar heel nodig bomen geplant moeten worden. En olifantengras, dat zou daar perfect kunnen groeien. Er is een hoger gelegen watertank dus irrigatie is geen probleem. Maar in het droge seizoen, is het bos ook echt droog. Voor de olifanten uit deze regio is dit echt een probleem. Als het bos uitgebreid kan worden, met meer bomen die tegen droogte kunnen, waar olifanten van houden, met meer water in het bos, dan zou het bos het hele jaar door een olifantenbos kunnen zijn. Met het project willen ze laten zien dat Baan ta Klang niet de enige oplossing is en toerisme promoten. Er zijn meerdere alternatieven voor straatolifanten, zegt de subdistrictleider. Ik heb even het gevoel dat dit in scène is gezet, wat alles lijkt wel heel erg te kloppen. We hebben een brainstorm met mahouts, dorpleiders, de subdistrictleider, de mensen van PDA en van BTEH. Ik stel de mahouts honderden vragen. Het grootste probleem van de mahouts is dat ze vaak hun baan verliezen. Een mahout heeft op het toeristeneiland Phuket gewerkt, in het 5-sterren hotel Meridien. Toevallig ken ik zijn olifant: Ning Nong. Ik heb haar op Phuket ontmoet toen ik op zoek was naar de baby van Sri Nuan, Nhung Nhing. Ning Nong is een lokale beroemdheid. Met de Tsunami heeft ze twee meisjes gered. Ze kreeg de titel Held van Phuket maar ook dat heeft haar niet uit haar ellendige situatie gered. Terwijl de toeristen met golfkarretjes over het resortterrein worden vervoerd, staat Ning Nong op een betonnen vloertje aan een te korte ketting. En nu is ze ontslagen. Het hotel betaalt niet voor de terugrit naar huis, zodat ze gedwongen is om op Phuket te bedelen om genoeg geld te hebben om naar huis te gaan. Is dit niet cynisch? We hebben het over een bedrag dat gasten bij Meridien in een halve dag besteden! De mahout zou veel liever thuis blijven, als dat zou kunnen. Hij heeft veel interesse in het homestay programma, maar maakt zich zorgen over de lange termijn. In Phuket zijn in elk geval altijd toeristen. Maar in de Isaan is dit toch wat lastiger.
Traditioneel heeft zijn familie olifanten gehad. Hij is ermee opgegroeid en ziet ze dus ook als familieleden. Nee, een leven zonder olifanten is onvoorstelbaar. Maar een leven met olifanten valt ook zeker niet mee. Hij wordt vaak gedwongen om te bedelen omdat hij gewoon geen andere kant op kan. Hij reist soms ver voor een beloofde baan, maar dit blijkt vaak tegen te vallen, tijdelijk te zijn of er blijkt geen geld voor salaris te zijn. Als hij kon thuisblijven, zelfs met minder geld, zou hij veel gelukkiger zijn. Maar hij heeft eten nodig voor zijn olifant, en dit niet alleen in het hoogseizoen.
Het homestay programma ziet hij zo voor zich: ’s ochtends vroeg op om de olifant te halen, samen de rivier in om te baden, eten geven, etc. De PDA medewerker merkt op dat ze door middel van de dorpsbank op andere manieren geld kunnen verdienen. En als er dan af en toe een homestay bijkomt, is dat mooi meegenomen. De mahout werkt en onderhoudt hiermee ook zijn olifant. In plaats van dat de olifant zijn gezin onderhoudt. Ik vraag de subdistrictleider wat de plannen zijn om het toerisme te bevorderen. Het blijkt om een plan voor twee districten te gaan, maar er is nog geen overeenkomst. Toeristen kunnen naar het gebied getrokken worden met de bossen, de rivier, boottochtjes, de cultuur, de Khmer tempel en… olifanten! De wil en de ideeën zijn er, maar nog geen markt en geen geld. We moeten een plan maken voor de districtsleider, daarna kunnen we een afspraak maken. Ik benadruk dat ik een andere manier van olifantentoerisme wil. Geen olifantrijden, geen shows, maar de traditionele olifanten cultuur. Vroeger werd er met respect naar mahouts gekeken, nu worden ze als vuil behandeld. Olifanten waren de trots van Thailand, nu zijn ze geldmachines of entertainment. Hier moet iets aan veranderen. Daarom willen we bij dit project olifanten in hun waarde laten. Meedraaien in de olifantenfamilie, leren over de olifantencultuur, van dichtbij meemaken hoe bijzonder een olifant is, als gelijkwaardigen. Hierdoor zal het respect voor olifanten terugkeren en is het hopelijk ooit afgelopen met bedelen en slapen op afvalbergen. “Would you bring your elephants home?” vraag ik de mahouts over dit project. Ik lach om mijn eigen vraag, hoe vaak zal ik die nog stellen? De mahouts hebben het over de lokale ceremonies waar ze, als ze thuis zijn, aan kunnen meedoen. Ze zouden allemaal tekenen voor minder stress en niet meer zwerven.
Als we het bos bezoeken, ben ik overdonderd door de grootte en de droogte. Hier is een hoop werk te doen! Her en der staat een boom met nog wat groene blaadjes, de rest is verdord. Zelfs het olifantengras, waar de subdistrictleider zou enthousiast over is. Midden in het bos is een illegale vuilnisdump. Vuilnis weggooien kost geld. Hier ligt het mooi verstopt, dus niemand die er over klaagt. Met PDA bedenken we hier gelijk een oplossing voor: de jeugdcommissie kan een vuilnisbank project opstarten. Door het inzamelen van vuilnis kunnen ze geld verdienen wat vervolgens voor dorpsontwikkeling gebruikt kan worden.
Het bos kan dan een mooi project van de vuilnisbank worden. Midden in het bos zijn ook een aantal stukken gekapt voor rijst en eucalyptus plantages. Die kunnen we nu niet meer uit het bos krijgen, maar er kan in elk geval niet meer gekapt worden. Overal staan nu al borden om het bos dat het verboden is om te kappen, met telefoonnummers om te bellen als iemand illegale kap signaleert. De eerste belangrijke stappen zijn dus gezet. Het grootste probleem is de droogte. De mahout vertelt dat het zeker 6 maanden per jaar te droog is om de olifanten hier van voedsel te voorzien. Rond Nieuwjaar is het het droogst. Dat heb ik gemerkt, toen ik twee jaar geleden met de olifanten in de Isaan aan het kamperen was. Maar 1000 rai van irrigatie voorzien, dat gaat Bring the Elephant Home nooit lukken. Zoveel geld krijgen we nooit bij elkaar. We zouden ons project aan de districtleider kunnen voorleggen. Als deze net zo enthousiast is als de subdistrictleider, kunnen we de overheid vragen de irrigatie te regelen. Stel dat ze dit doen… dan kan het bos met de nieuw geplante bomen na het regenseizoen flink herstellen. Er moeten hier in elk geval bosspecialisten bij komen. Daar ga ik eerst naar op zoek! Hopelijk wil de universiteit van Chiang Mai ons hierbij helpen. Dit bos zou een interessante case study voor de studenten zijn. Het project om toerisme te bevorderen blijkt ook al van start gegaan. We bezoeken het net geopende ‘Zoo Island’. Een stukje land van 30 rai, omgegeven door een rivier. Als we het bruggetje overlopen, hoop ik van harte dat ik geen apen in kooitjes tegen zal komen. Dat zou heel de samenwerking in de war schoppen. Maar gelukkig is dit niet het geval. Geiten, kippen, pauwen lopen er los rond. Met zwaanwaterfietsen kan je om het eiland fietsen.
Er zijn nu diverse mogelijkheden:
• een project in het bos opstarten: bos opwaarderen, olifanten daar laten, ca. 1 km naar rivier lopen, er is een tempel in het bos, misschien daar overnachten?
• mahouthomestay in het dorp: olifanten naar het bos brengen om te overnachten, waar zijn de olifanten overdag?
• project bij het eiland omdat daar toch al toeristen komen?
Ik moet het allemaal even laten bezinken. We hebben een laatste vergadering om het PDA kantoor. Zij gaan aanvullende informatie over het dorp Nong Ku verzamelen. PDA Bangkok gaat aan de slag met een projectvoorstel. “Een olifantendorp in de Isaan weer olifantvriendelijk maken” staat op de rails!
Voordat we terug naar Bangkok rijden, wil ik Ning Nong terug zien. Om te zien waar ze nu leeft, hoe het met haar gaat, om wat fruit te brengen en te zien of het huis geschikt is als homestay. Ning Nong schijnt zo’n 60 km verderop te wonen, merken we als we al een uur over een hobbelend zandweggetje rijden. Omdat hier nog wat meer groene bomen te vinden zijn. Het gaat gelukkig goed met haar. Ze zal ook vast blij zijn om thuis te zijn en niet meer in de gekte van het nachtleven van Phuket over straat te hoeven zwerven. Ze is energiek en brutaal, en kiest zorgvuldig alleen de rijpe bananen uit. Een goed teken. We praten verder over hoe Ning Nong is opgegroeid. Ze is in deze familie geboren, haar moeder werkt nu nog op Phuket. Ze laten foto’s zien van jaren geleden. Ook een goed teken, want zo weten we zeker dat dit een traditionele olifantenfamilie is en geen handelaars. Ik vraag wat hun plan met haar is, of ze op zoek zijn naar een nieuwe baan voor haar. De mahout is al zo enthousiast over onze plannen, dat hij hoopt dat dit niet nodig is. Hij wil Ning Nong maar wat graag thuis houden. En ik zou Ning Nong natuurlijk eindelijk willen geven wat ze verdient. Een held hoort niet op straat te bedelen, zoals geen enkele olifant. Ning Nong zou de mascotte van ons homestay project kunnen zijn! Maar ik hou me een beetje in en PDA pakt dit zorgvuldig aan, om niet te veel verwachtingen te kweken. Voorlopig hebben we nog een maand nodig om het project af te stemmen. Dan komen er vele dorpsvergaderingen, er moeten verkiezingen komen voor de dorpsbank en de jeugd en oudercommissie en dan moeten de inkomsten genererende projecten opgestart worden. Hij moet zeker niet verwachten dat hij op korte termijn van de homestay kan leven. Zal ik wat geld geven voor de benzine van vandaag en voor fruit voor Ning Nong, vraag ik aan PDA. Beter niet, ze moeten niet gaan verwachten dat we ze geld geven als we komen. Ze moeten zelf voor hun eigen inkomsten gaan zorgen. Ze hebben natuurlijk gelijk, maar ik hoop maar dat ze Ning Nong thuis houden.
De rest van de maand ben ik druk in de weer met het vrijwilligersprogramma. Daar komt nog een hoop bij kijken! En een paar dagen nadat het programma online staat, ben ik in gesprek met een grote internationale vrijwilligersorganisatie. Hopelijk kunnen we daar een deal mee sluiten. Als klap op de vuurpijl zegt het Wereld Natuur Fonds toe Trees for Elephants in Khao Yai te willen steunen. We zijn er helemaal klaar voor!
Groetjes, Antoinette



