Reisverslag Chang-reis
Uitgebreid reisverslag van de Chang-reis in november 2008, geschreven door Chang-reiziger Ineke Peters. Wilt u na het lezen ook op deze avontuurlijke reis? Kijk hier voor de data in 2009.
Bangkok
In het vliegtuig al nieuwsgierig om ons heen gekeken wie er tot ons reisgezelschap zou kunnen behoren, maar iedereen van wie we het dachten, was het niet. We zouden elkaar pas in Bangkok ontmoeten. Dit is de eerste keer dat we met een groep (met onbekende mensen) gaan, dus het was best spannend hoe dat zou zijn.
Nou, we zijn 4 dagen onderweg en het is ontzettend gezellig. Het zijn stuk voor stuk leuke mensen. We hebben een hotel midden in Bangkok. Prima kamer en eetzaal (die zijn schijnbaar pas opgeknapt), maar de rest is nogal vergane glorie. We zitten vlak bij het Koninklijk Paleis, waar we dus ook naar toe zijn gegaan. De Thai zijn supermonarchistisch, dus ook onze reisbegeleidster Pui en we zijn nu dan ook behoorlijk op de hoogte van het Thaise koningshuis.
Bij het Koninklijk Paleis bevindt zich ook het oudste en grootste tempelcomplex van Bangkok en daar hebben we de Emerald Buddha bekeken (prachtig). Wat grote indruk op ons gemaakt heeft, is de grote liggende gouden buddha (50 meter lang en 15 meter hoog). Grappige anekdote is dat het gebouw om het beeld heen gebouwd is. Door een misrekening kwamen ze boven het hoofd een stukje tekort. Daarom moest boven zijn hoofd dus een stukje bijgebouwd worden.
De Thaise taal is heel moeilijk. Het heeft 5 toonhoogten en elke toonhoogte heeft een andere betekenis. Je moet de naam Pui (onze gids) dus op een bepaalde toonhoogte uitspreken, anders betekent het “vet” en weer op een andere hoogte is de betekenis “sjit”. Kortom, heel moeilijk.
We hebben een paar keer in zo’n karakteristieke longtailboot gezeten en dat is een hele ervaring. Ze scheuren over het water, maar je kunt niet rondkijken, want er worden plastic zeilen opgetrokken om te voorkomen dat je nat wordt.
De 4e dag zijn we uit Bangkok vertrokken met 2 minibusjes, maar we zijn natuurlijk eerst naar de Floating Market (een must in Bangkok) geweest. Het was heel erg leuk, maar ik had de p in, omdat ik bij het opstappen een standje had gezien waar ze een soort poffertjes klaarmaakten, die een beetje leken op onze Indische ketan (kleefrijst met palmsuiker en kokos). We besloten echter om te wachten tot we terug waren en toen was het standje net “finished”. Ik hoop dat ik ze nog ergens anders kan proeven.
Elephants and Friends
In de buurt van Kanchanaburi ligt het gebied van “Elephants & Friends”. Dit is gesticht door een mahout, die onder de indruk was van de werkwijze in het “Elephant Nature Park”. Dit park speelt een centrale rol in onze reis, aangezien Antoinette van de Water (de initiatiefnemer van de stichting Bring the Elephant Home) zich hieraan verbonden heeft. Om wat meer hiervan te begrijpen, moet ik dit toelichten. De olifant speelt al eeuwen een grote rol in Thailand. Echter de neergang van de eens zo belangrijke olifant ligt vooral in de snelle modernisering van Thailand en de daarmee gepaard gaande ontbossing. Treurig genoeg hebben de olifanten zelf een groot aandeel geleverd in de ontbossing.
Ze werden ingezet als lastdieren om de waardevolle bomen het oerwoud uit te sjouwen. In 1974 werkten er nog 12.000 olifanten in de bossen.
Echter nadat in 1989 een dorp verdween onder een door ontbossing veroorzaakte modderlawine, werd een totaal kapverbod van kracht. Voor de wilde olifanten was dit een zegen, de restanten van hun woongebied bleven nu intact, al staat de hun toebemeten ruimte voortdurend onder druk. Maar de olifanten die in de kap waren gebruikt, werden plotseling massaal werkeloos. Zij kregen een alternatieve loopbaan in de illegale houtkap en de toeristenindustrie.
Begin 1900 telde Thailand nog 100.000 olifanten. Nu leven er naar schatting nog 1.500 in het wild, terwijl 2.000 hun diensten aan mensen leveren en met name deze olifanten hebben vaak veel te lijden (uit het boek “Thaise olifanten van de straat” van Antoinette v.d. Water en Liesbeth Sluiter).
Zoals Mieke in haar reactie op mijn vorige stukje zei “Niet op een olifant zitten? Maar daar zijn ze toch voor!”. Dat klopt echt niet, Mieke! Olifanten kunnen honderden kilo’s trekken, maar hebben niet zo’n sterke rug. Ze kunnen hoogstens 100 kg op hun rug dragen. Echter alleen de stellage, waarop gezeten wordt, weegt al 50 kg en dan de toeristen zelf nog. Vaak worden ze ook wreed behandeld. Normaliter hanteert de mahout de haak, waarmee hij de olifant bestuurt.
Afijn, nu jullie dit weten, kan ik jullie over onze avonturen bij “Elephants & Friends” vertellen. Het was geweldig! Ze hebben 3 olifanten, die nu dus met pensioen zijn. Het is heel kleinschalig en ze proberen dus toeristen aan te trekken om te laten zien dat het ook anders kan. Onze groep was er helemaal alleen en we mochten ze voeren. En er is hard gewerkt. Jos heeft o.a. mais gekapt, terwijl anderen pompoenen en fruit plukte.
Na het eten kuierde een van de olifanten naar de rivier en wij volgden haar. Het is een fantastisch gezicht om zo’n olifant in de rivier te zien. Trouwens Leny en ik hebben nog even een angstig moment beleefd. Wij stonden aan de kant naar de olifant te kijken, toen opeens de andere 2 olifanten naar het water denderden. Wij werden daar volledig door verrast, ik dacht dat mijn hart stilstond toen ik die 2 kolossen onze kant op zag komen. In mijn haast om weg te komen, gleed ik natuurlijk ook nog uit. Het is geen moedwil, want de olifanten willen alleen maar naar het water. Gelukkig wisten de mahouts hen opzij te sturen.
Daarna hebben wij heerlijk met de olifanten gezwommen, hoewel we even wat moesten overwinnen, aangezien een olifant eerst uitgebreid in de rivier ging staan plassen en af en toe zagen we wat olifantendrollen naar boven komen, maar a la, je moet er wat voor over hebben en ik zeg altijd maar “Het is goed voor de weerstand”.
Sommigen van ons werden uitgenodigd om op de olifanten te gaan zitten en dat was natuurlijk hardstikke leuk, maar wat we wat minder leuk vonden, was dat de mahouts dan proberen zo hun best te doen, dat ze met de haak op hun koppen gaan timmeren om hen te dwingen naar beneden te gaan. Wij hadden daar een dubbel gevoel over. Hardstikke leuk om met olifanten het water in te gaan, maar als ze geen zin hebben om te knielen of zoiets dan hoeft dat van ons niet.
Het is echt geweldig om zo dicht bij een olifant te kunnen komen. Er zitten hele stugge haren op hun huid en ze hebben hele lange wimpers. Het was een geweldige ervaring en we hopen echt dat dit project het redt. Dat ze op een goede manier toeristen kunnen trekken, waardoor ze genoeg inkomsten krijgen.
De River Kwai - Ayuthaya
We hebben de beroemde “Bridge over de River Kwai” bezocht. Jammer genoeg hebben ze er een kermis van gemaakt, maar als je daar een beetje doorheen kan kijken, besef je toch wel wat daar allemaal gebeurd is.
Even wat historie.
In juni 1942 werden 61.000 Britse, Australische, Nieuw-Zeelandse, Deense en Nederlandse POW’s (Prisoners of War) en 200.000 Aziatische werkarbeiders door de Japanners tewerk gesteld om een spoorlijnverbinding te maken tussen Thailand en Birma. Volgens een schatting van de Japanse ingenieurs duurde de bouw tenminste 5 jaar, maar onder enorme druk werden de krijgsgevangenen gedwongen het project in 16 maanden te verwezenlijken. Het resultaat was verwoestend. 16.000 Geallieerde krijgsgevangenen verloren tijdens de bouw van de spoorweg hun leven, evenals 100.000 Aziatische arbeiders.
We zijn over de brug naar de andere kant gelopen en we hebben het museum bekeken. Heel indrukwekkend. We troffen er zelfs een berichtje over Wim Kan aan. We zijn ook naar de erebegraafplaats geweest waar 1.200 Nederlanders liggen.
We zijn daarna per mini-bus naar Ayuthaya vertrokken, waar we een tempelcomplex hebben bekeken en de Royal Elephant Kraal hebben bezocht. Hier werden vroeger wilde olifanten getraind om in de oorlogen voor Siam (=Thailand) te vechten. Een kraal is een ruimte omgeven door massieve teak boomstammen, waar de olifanten in gejaagd werden.
De kraal staat er nog steeds, maar dient nu als huisvesting voor de tamme olifanten van Ayuthaya. De meeste olifanten vertrekken echter naar de stad om daar met toeristen op hun rug rondjes te lopen.
De grote olifanten staan allemaal aan de kettting, maar de babyolifantjes lopen los rond. Ze zijn zo schattig, maar heel speels en onbesuisd. Diana heeft dat ondervonden, want een olifantje begon tegen haar aan te duwen en zij dacht hem of haar wel terug te kunnen duwen, maar hij duwde haar met zo’n kracht zo 20 meter verder tegen een omheining aan en bleef doorduwen, totdat een mahout tussenbeide kwam.
Elephant Nature Park
In Chiang Mai blijven we een nacht en morgen gaan we naar “Elephants Nature Park” dat eigendom is van Sangduen Chailert (bijnaam “Lek”). Lek’s familie heeft een trekkingskamp, zoals er in Noord-Thailand veel bestaan en als kind al gruwde ze van het geweld waarmee olifanten getraind worden en hun slechte werkomstandigheden. Zij wil met haar Elephant Nature Park (ENP) bewijzen dat je olifanten op een vriendelijke manier kunt trainen en met hen geld kunt verdienen zonder ze te zwaar te belasten en ze een karikatuur van henzelf te maken (bijv. laten schilderen of voetballen).
Dit wordt haar door haar familie en andere mensen, die hierbij belang hebben, niet in dank afgenomen. Het ENP is gelegen in een hele groene vallei en het is prachtig. We verblijven in bamboe hutten en er is gelukkig wel electriciteit, maar geen warm water. We delen onze kamer met Remco, de “junior” van ons gezelschap, omdat alle kamers voor 3 personen zijn. Remco heeft ons geadopteerd als ouders voor deze vakantie en we hebben veel lol.
Alle olifanten lopen overdag los rond, maar ’s nachts worden ze nog vastgeketend, omdat ze anders evt. bij de buren gaan struinen voor eten. Het is ten strengste verboden om de olifanten te benaderen als er geen mahout bij is. Bij aankomst moesten we een verklaring invullen, waarin staat dat je je bewust bent van de gevaren en dat het ENP niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor evt. ongelukken.
Er zijn 32 olifanten en allemaal waren het stumpers. Elke olifant heeft zijn eigen trieste geschiedenis en het is fantastisch om te zien dat ze families zijn gaan vormen en er erg vredig en gelukkig uitzien. Tweemaal per dag mogen we ze eten geven en met hen naar de rivier gaan om ze te baden.
Wat betreft ons eigen eten is het hier ook een paradijs. Witte rijst, bamie, mihoen en gebakken rijst (en friet) en tenminste 10 gerechten, allemaal vegetarisch.
Een deel van onze groep heeft ’s morgens poepgeschept en de anderen zijn gras gaan snijden. Dit was verschrikkelijk zwaar werk, dus ik was blij dat ik kon poep scheppen.
Olifantenpoep is trouwens helemaal niet vies, het stinkt niet en het lijkt een beetje op paardenmest, alleen is het veel meer!
De dag daarop is een groep een veld gaan wieden en een andere groep weer poepscheppen. Vanmiddag vertrekken we naar “Elephant Haven”, ook een locatie van het ENP dat in de jungle ligt.
V.w.b. het wieden dat gedaan is, moet je niet denken aan wieden met een schoffel, want het onkruid dat ongeveer een meter hoog stond, moest met een hakmes rond de geplante boompjes weggehakt worden. Weer vreselijk zwaar werk en Jos was er weer bij. Hij had namelijk de dag daarvoor ook gras gesneden.
Antoinette kreeg trouwens bijna tranen in haar ogen toen ze hoorde dat er in dat veld gras gesneden was, want daar had zij dus die boompjes geplant. Het was hetzelfde veld. Dat was aan de snijders niet verteld, dus veel boompjes zijn vertrapt. Ja! Ook in Thailand kan er gebrek aan communicatie zijn!
Elephant Haven
Lek is in Elephant Haven begonnen met het opvangen van olifanten, totdat ze de grond voor “Elephants Nature Park” kon kopen. De wandeling was zwaar, behoorlijk stijgend, met veel stenen e.d., maar het was geweldig om met de olifanten samen te lopen. Een paar olifanten kregen de proviand op hun nek, het leek net of ze oorbellen in hadden. Ik wist niet dat olifanten zo’n klimmers zijn, het is echt ongelofelijk, zoals ze over de smalle paadjes omhoog gaand liepen. Ze lopen zo zacht, alsof ze op pantoffels lopen. Het is ook een heerlijk gezicht om ze zo in vrijheid te zien lopen.“Elephant Haven” was in eerste instantie een schok. Het is echt een bamboehut midden in het bos, er is geen enkele voorziening. De toilet is een latrine, waaromheen een hutje is gebouwd. Plassen deden we maar achter een boom, maar ja, ik ben toch maar een keer geweest toen ik wat anders moest. Ik moet zeggen dat het meeviel. Blik op oneindig, neus dicht en zo snel mogelijk doen wat je moet doen.
We hebben geslapen in een open ruimte op de bamboevloer, gelukkig wel met klamboes (muskietennetten). We waren stikjaloers op Marga en Tonny, die met een vooruitziende blik opblaasmatjes hadden meegebracht. Bovendien was het niet echt warm, in de morgen werd ik wakker, omdat ik het koud had.
Toen we aankwamen, hebben we genoten van Jungleboy (een van de oifanten), die ongeveer een uur lang een show heeft weggegeven in de modderpoel, die je vanuit de hut kon zien. Wat is het toch een heerlijk gezicht om olifanten zo te zien genieten! Daarna vertrokken ze allemaal het bos in. De olifanten lopen s’nachts gewoon lekker in het bos en het is de bedoeling dat we ze ‘s morgens gaan zoeken. Dat kan 10 minuten duren, maar ook 3 uur, afhankelijk hoe ver ze gelopen zijn. Daarna hebben wij genoten van een uitgebreide (soort) rijsttafel, die Pom (begeleidster van het ENP=Elephants Nature Park) met de mahouts had klaargemaakt.
’s Morgens al vroeg wakker en na het ontbijt de olifanten gaan zoeken. Daarbij kregen we allemaal een door een monnik gezegende oranje doek mee, die we om een boom konden binden. Deze boom wordt dan niet gekapt. Als er zo’n band om een boom zit, durft geen enkele Thai dat te doen.
Afijn, nadat de olifanten er allemaal waren, naar beneden gegaan. Iedereen, die wel eens last van zijn/haar knieen heeft gehad, weet dat dalen nog zwaarder is dan stijgen, dus het viel niet mee. Ik was echter blij dat ik meegeweest ben, want het was de moeite waard!
Vanmiddag naar Lampang gereden waar zich het Elephants Conservation park bevindt. Het Elephants Conservation Park wordt gesubsidieerd door de overheid, maar kan in de ogen van de verschillende verenigingen voor de olifanten geen genade vinden. Ze laten daar namelijk de olifanten muziek maken, voetballen en schilderen. Het ligt zo en zo toch moeilijk met al die verenigingen, die bezig zijn voor de Aziatische olifanten. In vergelijking met de Afrikaanse olifanten gaat het heel slecht met de Aziatische. Door het verdwijnen van zijn leefgebied staat de wilde olifant op de nomimatie om uit te sterven (in Thailand zijn er nog maar 1500) en de gedomesticeerde olfant wordt gezien als huisdier (zoals een koe, varken of geit) en heeft daardoor geen enkele status.Lek bijv. (van het Elephant Nature Park) is mordicus tegen alle misbruik van oifanten, terwijl anderen weer vinden dat bepaalde dingen wel kunnen (dus bijv. dat schilderen). Trouwens even terzijde, dat schilderen wordt de olifant op ook niet zo leuke manier bijgebracht.
In dat Elephants Conservation Park is ook het olifantenpoeppapierproject ondergebracht. Van de olifanten “dung” (=mest) wordt papier gemaakt en het ziet er best aardig uit. De groep heeft aardig wat in het winkeltje gekocht!
In de middag vertrokken we naar Sukhothai waar we Boon Lott’s Elephant Sanctuary (BLES) hebben bezocht. Dat is een olifantenproject van een Engelse, die getrouwd is met een mahout. Het is echter veel kleinschaliger dan het Elephants Nature Park van Lek en dat wil Katrine ook zo houden. Het zag er fantastisch uit, echt een plek om tot rust te komen. Ze hebben daar slechts 8 olifanten, die net als in het ENP tot op zekere hoogte de vrijheid hebben.
Surin - olifantenfestival
Na een lange rit kwamen we om 23.30 uur aan in Surin. Hier vindt jaarlijks het olifantenfestival plaats en van het hele land worden olifanten hiernaar toe vervoerd om aan het festival deel te nemen. Ik was, dacht ik, vergeten om te vermelden dat wij in het Elephants Nature Park Antoinette v.d. Water hebben ontmoet en die zouden wij weer in Surin zien.
Op een vakantie (ik dacht 7 jaar geleden) kwam Antoinette een discotheek uit en liep toen tegen een bedelolifantje op. Dronken toeristen probeerden het olifantje bier te voeren en er werd aan zijn staart getrokken, etc. Het olifantje was doodsbang en dit trof Antoinette als een mokerslag. Ze is toen als vrijwilliger bij het Elephants Nature Park gaan werken, maar omdat ze meer wilde doen, heeft ze de stichting “Bring the elephant home” opgericht. 4 Jaar geleden heeft ze haar baan in Nederland opgezegd en is ze naar Thailand vertrokken; ze woont nu in Chiang Mai. Ik vond het heel bijzonder om haar te ontmoeten en ik vind haar geweldig. Ze heeft in die betrekkelijk korte tijd dat ze in Thailand is al heel veel activiteiten ontwikkeld en ik vind haar een echte bruggenbouwer.
Zoals ik al in een eerder stuk vermeldde, zijn de diverse verenigingen het niet met elkaar eens, eigenlijk bestrijden ze elkaar zelfs. Antoinette werkt toch met ze samen, ondanks dat ze het met bepaalde zaken niet eens is en probeert een en ander bij te sturen. In een later stuk zal ik hiervan nog een voorbeeld geven.
We zaten in een hotel midden in Surin en het bleek dat iedereen daar verbleef. Antoinette was er, Katherine (de Engelse van “Boon Lott” zat er ook en Lek, die gevolgd werd door 4 cameraploegen. Nadat er documentaires over haar zijn uitgezonden o.a. bij National Geografic, Animal Planet, etc. is Lek behoorlijk beroemd geworden. En ik denk dat zij heel belangrijk is voor verandering in de denkwijze in Thailand over het lot van de olifanten. Zij is een Thaise!
Wij hebben het festival gezien. Iedereen had hierover een dubbel gevoel, aan de ene kant was het indrukwekkend en aan de andere kant ook weer treurig. De oifant is heel belangrijk geweest in de geschiedenis van Thailand. Er wordt zelfs gezegd dat Thailand niet had bestaan als de olifanten er niet waren geweest. Daarom is de olifant ook het nationale symbool van Thailand. In de oorlogen met Birma heeft de olifant als vechtdier een cruciale rol gespeeld. In een gedeelte van de voorstelling werd dit ook uitgebeeld en dat was behoorlijk indrukwekkend, geheel opgetuigde olifanten. Op dit festival echter willen ze alle aspecten van de olifant laten zien, dus ook weer het voetballen, het schilderen, het touwtrekken (100 mannen tegen een olifant), er werd getoond hoe de wilde olifanten vroeger werden gevangen (de zgn. roundup) en de babyolifantjes werden voorgesteld.
Nadat de voorstelling was afgelopen, hebben we nog wat rondgelopen en overal wordt met de olifanten (en vooral met de babyolifantjes) gebedeld. Dit houdt in dat je een zakje met suikerriet koopt, die je dan aan de olifant kunt voeren.
Hoeveel medelijden je ook hebt met zo’n olifant, doe dit niet! Zo hou je het systeem alleen maar in stand. Het bedelen met olifanten schijnt heel lucratief te zijn en natuurlijk is rond dit fenomeen een maffia-achtig systeem ontstaan. Rijke ondernemers, die misschien wel 200 olifanten hebben, verhuren deze aan mahouts, dus tel uit je winst!
Surin - dag 2 (achter de schermen)
‘s Morgens ontstond er al gelijk een soort opwinding toen bekend werd dat Lek een olifant zou gaan vrijkopen (in tegenwoordigheid van de 4 cameraploegen). Dus wij gingen in optocht achter Lek en cameraploegen aan naar het terrein waar het olifantenfestival wordt ge-houden. Wij zouden nu niet naar de voorstelling gaan, maar achter de schermen gaan kijken.
Antoinette had ons al gewaarschuwd dat het heavy zou worden, aangezien je dan pas ziet hoe veel olifanten eraan toe zijn. In de voorstelling kan veel gemaskeerd worden.
Het was inderdaad vreselijk. Meteen al in het begin liepen we tegen een olifant aan, waarvan zijn 4 poten gewoon aan elkaar gebonden zaten. Daarbij stond hij wezenloos met zijn kop te zwaaien. Het breekt je hart als je dat ziet. Onze chauffeur van de minbus vertelde dat dit de olifant was, die de eerste dag van het festival een vrouw had aangevallen, die aan haar verwondingen overleden is. Ik weet niet of het de bewuste olifant was, maar hiervoor waarschuwt Lek dus steeds. Veel olifanten zijn zo getraumatiseerd en gefrustreerd dat ze gevaarlijk worden/zijn.Wat Antoinette ook zorgelijk vond, was dat er heel veel babyolifantjes rondliepen zonder moeder. Dat betekent dat ze waarschijnlijk uit het wild gehaald zijn (vanuit Birma), waarbij wellicht de moeder gedood is, om tijdig klaar te zijn voor het festival, want met name met babyolifantjes wordt hier het grote geld verdiend. Iedereen vindt babyolifantjes toch leuk! Heel veel olifantjes hadden verwondingen aan hun kop van het slaan van de haak. Nogmaals breekt het je hart als zo’n olifantje je dan met zijn slurfje aanraakt om te bedelen en als je dan geen suikerriet koopt, de mahout hem of haar ruw wegtrekt.
Lek ging (met cameraploegen) over het terrein en gaf bij de diverse olifanten commentaar. In haar gevolg reist ook de dierenarts van het Elephants Nature Park mee, die dan gewonde olifanten ver-zorgt. Wonden worden met een antiseptische vloeistof behandeld, die paars van kleur is. Er liep een babyolifantje rond die een hele paarse kop had.
We waren allemaal behoorlijk onder de indruk en de stemming in de groep was behoorlijk depri.
‘s Middags zijn we naar een olifantenhospitaal geweest en daar werd je ook niet vrolijk van. De laatste olifant bij wie waren was ongeveer 80 jaar oud. Kun je je voorstellen dat zo’n beest dus haar hele leven lang in de logging (houtkap), trekking (lopen met toeristen op de rug tijdens jungle¬tochten) en als bedelolifant heeft gewerkt. Het was een beetje een warrig verhaal wat we te horen kregen, maar het kwam erop neer dat ze niet meer goed kon werken en dat de eigenaar haar toen bewerkt heeft met een mes. Het was zo’n treurig gezicht. Volgens Lek was ze dood aan het gaan en om haar toch nog wellicht een paar goede maanden te geven, besloot Lek haar te kopen en mee te nemen naar het ENP. Omdat ze echter te zwak was om vervoerd te worden (toch 16 uur in de truck), zou Lek iemand van het Park sturen om haar te verzorgen, zodat ze kon aansterken. Ik ben heel benieuwd hoe dit afloopt.
Waar we helemaal niet vrolijk van werden, was een door de overheid gesubsidieerd olifantendorp. Doordat er geen begeleiding was en er dus geen toeristen kwamen, is dit volledig mislukt. Alle olifanten staan apart heel kort aan de ketting (soms zelfs aan 2 of meer poten), mahouts staan of liggen er wezenloos bij. Ze maakten een min of meer lamgeslagen indruk.
Er stond een moeder met baby aan elkaar vastgebonden, in de brandende zon met een smerige waterbak. Sommigen konden het niet aanzien, gooiden de waterbak om, maakten ‘m schoon en spoten er met de waterslang schoon water in. Daarbij besproeiden ze de dieren en dan wordt het natuurlijk al gauw een modderboel. Als je dan ziet dat die dieren met zo weinig moeite zo kunnen genieten. En de mahout stond er, volgens mij, een beetje gegeneerd bij.
Daarna zette de stoet zich weer in beweging naar een wat vrolijker situatie. We gingen de olifant ophalen, die Lek gekocht had. Dit was een olifant met een gebroken poot, die niet goed geheeld was. Die eigenlijke overdracht gaat gepaard met een afscheidsritueel, waarbij de familie de olifant om vergeving vraagt voor alles wat ze evt. niet goed gedaan hebben. (Dat is lekker, zo achteraf, he). Maar het was even schrikken, want op een mat lag een varkenskop (hoort blijkbaar bij het ritueel). Een hele ceremonie, die natuurlijk grotendeels aan ons voorbij ging (in het Thais) en toen eindelijk kwam de truck, waarmee de olifant naar het Park zou gaan.
Toen we naar onze minibusjes terugliepen, riep de Austalische cameraploeg ons na “A good trip home, Dutchies”.
Homestay
In de avond kwamen we in het dorp Baan Pai Noi aan. Dit is een homestay-project dat door Antoinette begeleid wordt.Even weer wat toelichting.
Het nieuwste project van “Stichting Bring the Elephant Home” is “Trees for Elephants”. Waarom wordt nu gefocust op bomen in plaats van direct op olifanten? Dat komt doordat alle problemen rond olifanten uiteindelijk zijn te herleiden tot één oorzaak: de gigantische ontbossing die in Thailand heeft plaats gevonden. Zonder bomen geen olifanten. Daarom gaat “Bring the Elephant Home” dit jaar flink aan de slag met verschillende herbebossingacties. 100.000 bomen voor olifanten is het doel en in dit kader past ook het homestay-project.
Met “Trees for Elephants” wordt getracht een traditioneel olifantendorp weer leefbaar te maken voor mensen én olifanten. In sommige dorpen hebben families een olifant en om brood op de plant te krijgen, wordt met deze olifant in de stad gebedeld. Veel dorpen in het noordoosten van Thailand zijn arm. Vaak is rijst de enige bron van inkomsten en zijn de uitgaven van het dorp groter dan de inkomsten. Het is voor de dorpelingen onmogelijk om zonder geld hun bestaans¬mogelijkheden te verbeteren en een lening bij een gewone bank kunnen ze niet krijgen.
In de Isaan hoopt “Trees for elephants” circa 35.000 bomen te planten en te onderhouden. Voor het planten van bomen wordt dan geld gestort in een dorpsbank. Op deze manier krijgen alle dorpelingen de kans een andere toekomst op te bouwen. Voor families met een olifant ontstaan andere inkomstenbronnen zodat ze uiteindelijk niet meer hoeven te bedelen met de olifant.
Wij waren de eerste groep van “Bring the elephant home” in overleg met Sawadee Reizen, die in het dorp zouden verblijven en Antoinette had al laten weten dat de dorpelingen erg uitkeken naar ons bezoek.
Nou, het was geweldig! Toen we aankwamen stond het halve dorp ons al op te wachten. Wij kregen bloemenslingers omgehangen en midden in de dorpsstraat stond een lange tafel waar wij een feestmaal kregen opgediend. Niks geen hotel- of restaurant-eten, maar authentiek Thais, dus spicy-spicy-spicy! Daarna werden we ingedeeld bij de diverse families en wij kwamen met Remko bij een familie, bestaande uit een ouder stel met hun dochter en haar gezin. Het was bijna gênant hoe graag ze ons ter wille wilden zijn. Wij hadden het vermoeden dat Jos & ik in hun bed sliepen en dat zij dus voor 2 nachten ergens anders sliepen. Remko moest wel wennen aan hun badkamer, want die had geen douche, maar een mandibak. Dat is een stenen (al dan niet betegelde) bak, waarin water zit en waaruit je met een bakje water over je heen giet. Dat water is niet verwarmd, dus het kan aardig koud zijn. Jos en ik kennen dit wel, aangezien we dit vaker tijdens onze vakanties in Indonesië hadden meegemaakt.
’s Morgens kregen we, gezeten op een rieten mat, ons ontbijt. Een volledige warme maaltijd! Daarna gingen we Nok Noi opzoeken, de eerste olifant, die de dorpelingen gekocht hebben en die dus van het gehele dorp is.
Nok Noi (“Kleine Vogel”) is 40 jaar oud maar ziet er ouder uit door het zware werk dat ze een groot deel van haar leven heeft moeten doen. Ze is veel te mager.
Sinds 1981 werkte ze in een trekkingskamp, waar ze elke dag acht kilometer moest klimmen en dalen met toeristen op haar rug! Nu hebben de dorpelingen van Baan Pai Noi haar vrijgekocht en is ze een nieuw leven begonnen op het olifanteneiland.
Het is namelijk de bedoeling dat er een olifanteneiland komt (met het Elephant Nature Park als voorbeeld) waar ecotoerisme kan ontstaan.
We hebben Nok Noi eten gegeven, een ommetje met haar gemaakt en er werd getracht haar een bad te laten nemen, maar daar had ze niet zo’n zin in. Iemand uit het dorp is aangesteld als de mahout, maar de dorpelingen hebben er iemand bijgehaald, die “ervaring” met olifanten heeft, waarschijnlijk omdat ze wat onzeker zijn of ze het wel goed doen. Dat is wel jammer, want deze man weet niet beter dan hoe er altijd met olifanten omgegaan wordt, want op een gegeven moment zagen we dat hij een spijker in zijn hand had, waarmee hij in haar huid prikte. Antoinette zei er wat van en toen stak hij de spijker in zijn broekzak. Antoinette heeft in het contract met het dorp laten opnemen dat de haak niet gebruikt mag worden.
Jammer genoeg schrok Nok Noi op een gegeven moment van vuurwerk dat afgestoken werd (later bleek dat dit t.g.v. een begrafenis was); ze gooide de mahout, die net op haar nek zat, er zo’n beetje af en zette het op een lopen en verdween tussen de struiken. Dan schrik je wel even als zo’n beest niet meer onder controle te houden is.
Wij zijn toen maar weggegaan om ze rustig naar haar te laten zoeken.
Wij zijn vervolgens boompjes gaan planten en daarna op de tractor naar het dorp teruggereden.
’s Avonds waren er allerlei activiteiten. Er waren allerlei lekkernijen (bamboestokken gevuld met een rijstmengsel en kleine bakjes (poffertjesmaat) gevuld met een kokosmengsel). Sommigen van ons hebben daar nog bij geholpen. Daarna kregen we een welkomstritueel. Heel bijzonder! We kregen weer (dit hadden we namelijk ook gehad in het Elephants Nature Park) een soort armbandje (volgens mij is het breikatoen) om dat er vanzelf af moet gaan, anders geeft dat ongeluk.
In het ENP had Remko het armbandje eraf geknipt en prompt raakte hij zijn GSM kwijt, dus wij waren aan het zeggen dat hij dat dus niet had moeten doen. Hij heeft later zijn GSM trouwens weer teruggevonden!
Bovendien kreeg iedereen van zijn/haar gastvrouw een soort sjaal/sjerp om de middel gebonden, waarmee aangeduid werd dat wij nu als familie gezien worden. Mooi, hè!
Ik voeg een foto bij van Jos met onze gastvrouw op een brommer met zijspan. De anderen waren al weg en toen heeft zij ons met de brommer weggebracht. Let op de keukenstoel!
De morgen daarop vertrokken we, na uitgebreid afscheid genomen te hebben van onze gastvrouwen- en heren, naar Khao Yai Nationaal Park.
Khao Yai Nationaal Park
In het tropisch regenwoud van Khao Yai National Park zijn we 2 dagen gebleven. Dit is het oudste natuurreservaat van Thailand waar de grootste populatie van wilde olifanten in Thailand voorkomt.
We zijn naar het informatiecentrum geweest en hier bevindt zich ook een boomkwekerij van “Trees for elephants”. Tevens is ook een aantal straatolifanten aanwezig. Deze olifanten werden ingezet in allerlei schoolprojecten en geprobeerd wordt om nu nieuwe activiteiten te vinden, zodat ze niet opnieuw hoeven te bedelen.
We kregen een presentatie over de wilde olifanten en hoewel door de lichtval de foto’s vrijwel niet te zien waren, vond ik het wel interessant.
Daarna gingen we naar de olifanten toe en dat was een enorme teleurstelling. Die stonden aan de weg strak geketend aan de omheining en er was een klein olifantje (ook vastgebonden) dat zijn kop radeloos van links naar rechts aan het schudden was. We konden fruit kopen om aan de olifanten te voeren.
We vonden het vreselijk en verschillende mensen van onze groep vonden dat we hier niet aan mee moesten doen. Eigenlijk was het ook bedelen, maar dan niet op straat, maar aan de kant van de weg. Ik vroeg aan Antoinette wat we moesten doen en zij zei dat als wij geen fruit kochten, de olifanten waarschijnlijk weer terug moesten naar de stad om te bedelen, dus ik heb toen maar fruit gekocht.
Het brak mijn hart om het kleine olifantje te zien, vooral omdat we nu weten wat het natuurlijke gedrag van een babyolifantje moet zijn, spelen, zijn krachten uitproberen door je omver te willen duwen, e.d.
Jos vroeg aan de man, die de presentatie had gegeven en die gepassioneerd over het behoud van de wilde olifanten had gesproken, waarom het kleine olifantje zo met zijn kop schudde. Volgens hem was dat normaal gedrag, omdat olifanten hun longen in beweging moesten houden.
Hier zakte echt mijn broek van af! Hoe is het mogelijk dat iemand, die zich zo inzet voor wilde olifanten, totaal geen gevoel heeft voor zijn gedomesticeerde familielid.
Later hadden we het er nog met Antoinette over en die vertelde dat WERF (Wild Elephant Researh Fund) scholen bezocht met olifanten, die gekleed waren in een soort babydolls. Toen over een samenwerking tussen WERF en “Bring the elephant home” gesproken werd, liet Antoinette weten dat zij dat dus niet wilde. Zij begrepen dat niet, want dat was toch leuk voor de schoolkinderen, dan konden zij zich identificeren met de olifanten en dan gingen ze van olifanten houden. Antoinette heeft dat kunnen bijsturen, dus de olifanten gingen niet meer verkleed en tot hun verbazing vonden de kinderen de olifanten toch nog leuk!
Toen wij uiteindelijk wegreden van de olifanten, zagen wij geschokt dat de mahouts een olifant lieten bestijgen door een bul (mannelijke olifant). Vlak langs de weg, als een kermisattractie, alsof een paring toeschouwers moet aantrekken. Ik vond het walgelijk!
Het plan was om in het reservaat een trekking van een uur of 4 te maken. Tonnie en ik hadden echter al laten weten dat wij met onze lichamelijke klachten niet mee zouden gaan. Ik weet niet of daardoor de plannen gewijzigd werden, want het werden 2 korte tochten en dat was eigenlijk wel jammer.
Ik verbaasde me er trouwens over dat dwars door het natuurpark een weg liep, waarop best wel hard gereden werd.
De dag daarop vertrokken we naar Bangkok.
Terug in Bangkok
Onze laatste dag in Bangkok was hartstikke leuk. Wij hebben een fietstocht gemaakt en dat was een bijzondere belevenis. Kun je je voorstellen. Bangkok, een stad met 16 miljoen inwoners, krankzinnig verkeer en elke centimeter van het trottoir (als dat er is) bezet met stalletjes en daar sjeesden wij op onze gehuurde mountainbikes (met fietshelm op) doorheen. Op sommige plaatsen moesten we op de stoep fietsen en ik moest daar zo om lachen als ik eraan dacht dat we met een groep van 18 man zo in Amsterdam op het trottoir zouden fietsen. Ik vond het echt ontzettend leuk en heel interessant, omdat we op plaatsen kwamen waar je niet zo snel zou komen.
’s Avonds hadden we ons laatste diner met de groep op een heerlijk terras. Daar namen wij afscheid van de groep en Pui (onze gids). Wij gingen de volgende morgen al om 06.30 uur naar het busstation om naar Koh Chang te gaan en de anderen vertrokken om 09.00 uur met de minibusjes naar Chiang Mai om van daaruit te vertrekken naar Amsterdam (in verband met de sluiting van de vliegvelden in Bangkok). Via sms’jes werden we op de hoogte gehouden van hun reilen en zeilen en hoewel de terugreis heel onzeker was, zaten ze gelukkig zondagmorgen vroeg in het vliegtuig richting Nederland.
Het is voorbij en met name nu we terug zijn, realiseren we ons wat voor een onvergetelijke reis het is geweest. We hebben zoveel meegemaakt, heel veel gezien en vooral de olifanten hebben op mij een onvergetelijke indruk gemaakt. Met hoeveel vreugde en plezier we hebben gekeken naar olifanten, die zonder kettingen alleen of in families rondliepen en badderden. Ik denk met zoveel plezier terug aan het moment dat we voor onze kamer in het Elephant Nature Park zaten te kijken hoe een babyolifantje probeerde te ontsnappen uit de omheining waar hij met zijn moeder stond. Wij hebben ons zo geamuseerd en het was aandoenlijk om hem bezig te zien.
We zijn ook geconfronteerd met afschuwelijke dingen en het breekt mijn hart om te zien hoe deze majestueuze en goedmoedige dieren geknecht, vernederd en slecht behandeld worden.
Ik ben echter ontzettend blij dat er mensen zijn, zoals Antoinette, Lek en Katherine (van Boon Lott), die zich zo inzetten voor de gedomesticeerde olifanten en ik hoop van ganser harte dat het tij eens zal keren voor deze prachtige dieren!
Ineke Peters, december 2008< -->




