Een dag uit het leven in het olifantenkamp 1
‘s Ochtends als we wakker worden ritsen we eerst de tent open om te kijken waar Silver Flower en Sri Nuan staan. Elke ochtend, heel vroeg, worden ze verplaatst en soms staan ze in het veld voor ons tentenkamp! Eerst ontbijten we met boven het vuur getoast brood met jam (en heel af en toe kaas), en dan snel de bananen wassen en naar de olifanten lopen. Silver Flower is er altijd als eerste bij, ze rent al op ons af als ze ons aan ziet komen. Dan schrokt ze zo snel mogelijk zoveel bananen als ze met haar slurf in haar mond gepropt krijgt naar binnen. Ondertussen houd ze met haar ondeugende oogjes in de gaten hoeveel bananen we nog in onze handen hebben en hoeveel er nog op de grond liggen. Het is moeilijk om langs haar heen te sluipen om Sri Nuan ook een zelfde hoeveelheid bananen te geven. Vaak rent Silver Flower dan heel hard achter ons, en de bananen aan! We roepen “hauw” en proberen haar te stoppen. Gewoon stil blijven staan voor haar neus, dan stopt ze vanzelf, hebben we van Lee geleerd.
Veilig bij Sri Nuan aangekomen, met gelukkig nog al de bananen bij ons, roepen we “ma Sri Nuan, kuai kuai!”. Wat betekent: “Kom hier Sri Nuan, we hebben bananen!”. Sri Nuan heeft duidelijk een heel ander tempo. Ze komt wel hard aangelopen want ze heeft net zo’n trek als Silver Flower. Als ze de eerste bananen te pakken heeft kauwt ze heel rustig en neemt de tijd om alles in zich op te nemen. Vandaag had ze zichtbaar zin om te knuffelen en konden we haar, na de bananen, rustig achter de oren krabben en op de neus aaien terwijl ze haar slurf in haar mond stopte. “Sri Nuan is beautifull” zegt Lee en dat is ze zeker. Silver Flower doet ondertussen ook haar naam eer aan. Ze is helemaal grijs van kleur vergeleken bij Sri Nuan. Silver dus, de kleur van haar huid waar ze steeds water overheen spuit.
Omdat we geen stromend water hebben gaan we vaak naar het dichtstbijzijnde dorpje om daar naar het toilet te gaan en te “douchen”. Tenminste, gewoon met bakjes water onszelf wassen op hetzelfde toilet! Daarna is het alweer bijna tijd voor de lunch. Nong onze kok is echt fantastisch en weet de meest gevarieerde gerechten op een gaspitje en een houtvuurtje tevoorschijn te toveren. En minstens 6 verschillende gerechten voor een maaltijd, omdat we een vegetarische en niet-vegetarische groep hebben binnen ons team. Zo eten we vaak curry geserveerd in een ananas of cocosnoot, de meest bijzondere soepen en heel veel groenten en tahoe, gezond! Alles is natuurlijk heel goedkoop omdat de ingrediënten ‘s ochtends vroeg op de lokale markt gekocht worden.
‘s Middags rusten we uit, gaan we het internet op om de website bij te werken en denken we plannetjes uit voor het programma tijdens de tour. Zo hebben we ook op een dag wel 60 persberichten verstuurd! Hierop komen nu al flink wat reacties binnen, dus we hopen veel media uit te kunnen nodigen tijdens de tocht.
’s Avonds maken we de medicijnen klaar voor de olifanten. Vier pillen penicilline voor Silver Flower en twee voor Sri Nuan. Verstopt in een trosje bananen, niet teveel pillen tegelijk want dan ruiken ze het, voeren we ze dan later aan de olifanten. Het is best eng om in het donker het veld op te gaan. Lee is al een keer net over een slang heengestapt en gisteren riep hij ineens heel hard: “There are many snakes out there tonight!”. De olifanten in het donker zoeken is dus echt een avontuur. Op onze slippers lopen we op een rijtje dwars door het donkere veld. Narong vindt onze slangenangst erg grappig, daarom laat hij ons schrikken door ineens ‘snake’ te gillen en langs ons te rennen. Volgende keer misschien toch schoenen en sokken aan… Als al het werk gedaan is spelen we vaak nog spelletjes met de mahouts. Vooral galgje is een favoriet op ons kleine schoolbordje. Het is al best vroeg donker en we lijken wel steeds vroeger naar bed te gaan. Het is dus niet alleen een goede week voor de olifanten om uit te rusten, maar ook een beetje voor ons! Gelukkig gaat het met de wonden van Silver Flower en Sri Nuan, dankzij de penicilline en de goede zorgen van opa Duang steeds beter. We hopen natuurlijk dat we met z’n allen helemaal uitgerust en gezond van start kunnen gaan. Lee heeft iedereen uit het team alvast een geluksketting gegeven die we moeten dragen als we de olifanten verplaatsen. De ketting is gemaakt van wel honderd jaar oude stukjes tempelbel en heel schaars in Thailand. Het hele team is dolgelukkig en we dragen hem elke dag, goed voor het karma…





