Boon Rod, overstroming, vergiftiging, merit making

Voordat ik aan de slag kon, moest ik natuurlijk eerst de olifanten terug zien. De kleintjes zijn enorm gegroeid. Zoveel nieuwe olifanten en maar liefst vijf baby olifantjes. De kleinste is 1,5 maand geleden in het park geboren en rent nu al met de hele familie door het gras. Boon Rod, de straatolifant uit Chiang Mai, heeft zich, zo jong en onervaren als ze is, direct als beschermende zus op haar gestort. Ze volgt de baby overal, het is overduidelijk dat ze helemaal weg van elkaar zijn. Boon Rod bruist van de energie. Ongelooflijk dat ze twee maanden geleden nog nachtenlang versuft liep te bedelen in het nachtleven van Chiang Mai.
Door de overstroming heeft het park een flink stuk land verloren en een net nieuw gebouwd huttencomplex. De rivier zakt elke dag dus het gevaar op een nieuwe overstroming lijkt te minder te worden. De grond, waar voorheen gras voor de olifanten groeide, lijkt nu meer op een ruig woestijnlandschap. Van het materiaal dat gered is, zijn een stuk verder direct nieuwe hutten gebouwd. De mensen hier zijn zo flexibel en positief. Ze kijken niet zozeer naar wat er verwoest is, maar naar wat ze kunnen redden en hoe ze het zo snel mogelijk weer op kunnen bouwen. Langs de rivier zijn grote palen de grond in geslagen met zandzakken erachter. De overstroming heeft flink wat van de reserves van het ENP geëist, financiële steun kan het park nu dus heel erg goed gebruiken. Maar dankzij het snelle herstelwerk, kunnen na een paar dagen alweer toeristen en vrijwilligers het park bezoeken. De vele overstromingen zijn het overduidelijke gevolg van de snelle ontbossing die in Noord Thailand heeft plaats gevonden. De overstromingen komen heel snel opzetten, zodat er van te voren geen maatregelen genomen kunnen worden. Langs de weg naar het park is ook veel erosie te zien, bomen vallen gewoon om omdat de grond het niet meer houdt. De oranje tempellinten die als bescherming om de bomen zijn gebonden, helpen niet tegen deze afbraak van de natuur. Over een maand of drie wordt de rivier uitgegraven en komen er rotsen langs de kade. De benodigde machines stelt de Thaise regering ter beschikking. Een goede kans dus dat het ENP op deze plek kan blijven. Er zal dan wel binnen niet al te lange tijd extra grond moeten worden aangekocht. Niet alleen voor extra ruimte voor meer olifanten, maar ook voor het verbouwen van gras. Dit wordt nu door de mahouts in de omgeving verzameld. In een olifantenkamp hier in de buurt (Mae Taman Camp) zijn 14 olifanten ziek geworden na het eten van gras uit een bepaald gebied. Twee dagen later zijn er 13 overleden! Waarschijnlijk vergiftigd door pesticide dat hier ruimschoots wordt gebruikt. We kunnen hier dus niet zomaar overal gras verdaan halen. In het droge seizoen ontstaat er snel een te kort aan “100% veilig gras”. De angst dat de olifanten hier vergiftigd worden, is reëel. Meer grond voor eigen landbouw zou hier de oplossing voor zijn.





In het park hangen we heel de dag met de olifanten rond: er komt een truck met bananen, hierna moeten ze in bad, wandelen, spelen met de baby’s, meer eten, weer een bad… wat een leven!
Vanavond ben ik met Pom mee geweest naar een merit making ceremonie in het dorp van een aantal mahouts. Er wordt een soort plastic kerstboom opgetuigd vol met giften voor de monniken van de tempel: borden, een zaklamp, een pakje batterijen, een rol wc-papier met een strik er omheen, bestek, snoep en geld. De vloer staat vol met curries, waar de katten de kip uit aan het pikken zijn. Niemand schijnt het erg te vinden. “Goed voor de katten, goed voor karma” zegt Pom. Omdat ik vegetarisch ben, wordt er snel wat extra eten gehaald: een ananas, watermeloen, nootjes en chips met vissmaak. Daarnaast water, Chang bier en Thaise whisky. Een aantal mahouts ken ik nog van de vorige keren in het park. De een na de ander biedt me iets aan en iedereen praat Thais tegen me. Ze vragen meerdere keren aan Pom of ik dit keer echt langer blijf. De paar Thaise woordjes die ik ken, zorgen niet voor veel duidelijkheid maar wel voor heel veel lol.




