Bangkok
Het is zover: ik zit in Bangkok. Een stad minstens zo chaotisch als de laatste weken voor mijn vertrek waren. Na het benefietfestival, en al de drukte die dat met zich meebracht, achter me te hebben gelaten, kon ik me eindelijk op het naderende vertrek concentreren. Met mijn laatste restjes energie heb ik nog snel geprobeerd wat olifantenstappen binnen te halen. Zo zat ik op 17 september met opblaasolifant en al in “Mooi weer De Leeuw”. Dat doen we dus mooi nooit weer, want Paul liet me helaas niet aan het woord in de live-uitzending, waardoor de SMS-actie die ik in alle haast nog had opgezet, niet uit de verf kwam. Hiermee mag “Mooi weer de Leeuw” officieel het dieptepunt van de voorbereidingen heten. Zoveel moeite voor helemaal niets. Foei Paul!
Andere tegenvaller was Galerie Donkersloot die hun kunstenaars aan het werk zou zetten om olifantenschilderijen te maken, die dan op dierendag zouden worden geveild voor Bring the Elephant HOME. Fantastisch idee! Helaas echter is het bij mooie plannen gebleven.
Maar tegenover tegenvallers stonden gelukkig ook meevallers. Zo kwam Sandra van de Theresia School mij de opbrengst van hun olifantenweek overhandigen, waarbij ik een dag lang olifantenles heb gegeven aan alle leerlingen. Totale opbrengst: 2.114 euro! De kinderen van groep 8 hadden ook nog een boek voor me gemaakt met brieven en tekeningen. Enorm hartverwarmend en inspirerend. Achteraf hadden we eigenlijk veel meer energie in de scholenprojecten moeten stoppen. Dit was zo leuk om te doen, en daarbij ook nog eens zo’n enorm succes! En dan niet alleen financieel, maar ook emotioneel. Ik heb echt het gevoel dat de kinderen dit project niet snel zullen vergeten, ik hoop dat ik hen net zo geïnspireerd heb als zij mij.
Zo vlak voor mijn vertrek moesten er ook nog wat praktische zaken afgehandeld worden. Zo heb ik een aantal artikelen geschreven voor Jonas, Leven, Azië-bulletin en Girafpost, heb ik een nieuwe opzet voor de website gemaakt, ben ik op zoek gegaan naar een gesponsord ticket (China Airlines: nogmaals bedankt!), heb ik een contract getekend met Nature Conservation Films die me meteen maar een “mini-cursus” filmen gaven, zijn er afspraken gemaakt met fotografe/co-writer Liesbeth voor het boek wat over de wandeling gaat verschijnen, heb ik mijn administratie op orde gebracht, ben ik naar de reisdokter geweest, heb ik de benodigde communicatie apparatuur gesponsord weten te krijgen (op de laatste dag hebben we van www.gannexion.com een Bgan gekregen, zodat we overal via de satelliet het internet op kunnen), is de verzekering geregeld, heb ik een nieuwe camera gekocht, is Skype geïnstalleerd, heb ik me aangemeld voor internet bankieren, de perslijst bijgewerkt, afspraken in Thailand gemaakt, mijn kamer ontruimd, afscheidsborrels bezocht en een standje bemand in Artis.
Poeh, poeh, veel dingen zo op de valreep, maar niets om me echt druk om te maken. Alles onder controle totdat ik plotseling een nood email van Lek (Elephant Nature Park) kreeg. Op woensdag 28 september mailde ze heeft typhoon Damrey (Cambodjaans voor olifant) een flink deel van het Elephant Nature Park verwoest, in de hevigste overstroming sinds jaren. Net op het moment dat een artikel over haar werk in het National Geographic Magazine verscheen, en ze voor dit werk genomineerd werd voor Time Magazine’s ‘Heroes of Asia‘, moest ze hulpeloos toezien hoe haar levenswerk, notabene door een olifant, verwoest werd.

Gelukkig bleef het bij materiële schade. Alle olifanten en andere dieren zijn door het team naar een hoger gelegen gedeelte van het park gebracht. De infrastructuur, de hutjes, de landbouwgewassen en -gronden zijn echter zwaar beschadigd. Veel mahouts, de olifantenbegeleiders, hebben alles verloren wat ze bezaten.
Volgende week kom ik aan in het, voor een groot deel nu onder water staand, Elephant Nature Park. Ik wil het park direct wat financiële steun bieden, om de ergste nood te lenigen. Daarvoor wil ik geld aanwenden wat we niet direct nodig hebben (er is nu geld voor tenminste de eerste vijf maanden). Maar ik doe ook een beroep op jullie! Help het Elephant Nature Park door nu een gulle donatie over te maken. Ze hebben het geld hard nodig om het park weer op te bouwen en het verloren gegane materiaal opnieuw aan te schaffen. Stuur deze oproep ook door naar anderen die het park mogelijk zouden willen steunen. Het Elephant Nature Park is te bijzonder en te belangrijk voor de Thaise olifanten om verloren te laten gaan. Dit is ook het toevluchtsoord voor “onze” straatolifanten, het is dus van het grootste belang te zorgen dat het Elephant Nature Park zijn werk kan voortzetten.
Help mee het park financieel zijn hoofd boven water te houden. Maak een donatie over op giro 1675200 t.n.v. Bring the Elephant HOME te Vlaardingen, o.v.v. hulp ENP. Of klik op de doneerknop op de homepage van onze website.
Ik werd compleet verrast door het slechte nieuws uit Thailand. En zat opeens met allerlei vragen. Wat zullen de gevolgen hiervan zijn? Het Elephant Nature Park kennende laten ze het er niet bij zitten. Maar ik wil iets doen, hier voel ik me machteloos. Ik besluit om er naar toe te gaan en te helpen waar ik kan. Daarna zien we wel weer verder. Afgelopen woensdag was het dus zover en moest ik afscheid nemen van iedereen. Van de mensen die me zo gesteund hebben de afgelopen maanden. Met wie ik samen aan Bring the Elephant HOME heb gewerkt. Maar onvermijdelijk komt dan het moment dat ik hen achter me laat en alleen in het vliegtuig stap, naar een land waar ik nog moet zien hoe welkom mijn project wordt ontvangen. Naar het Elephant Park waar de mensen wel iets anders aan hun hoofd hebben dan mijn olifantenwandeling. Moeilijk! In het vliegtuig heb ik mezelf ook een paar keer flink op moeten peppen. Kom op: hoort er allemaal bij, even doorzetten.
Na aankomst heb ik ’s-middags meteen een afspraak met de Nederlandse ambassadeur in Thailand. Het lijkt me belangrijk dat de ambassade van het project weet en wie weet kunnen ze me nog ergens bij helpen. Ik krijg de ambassadeur te spreken en de coördinator Cultuur en Toerisme. Ze zijn allebei heel positief over het project. Maar de vrees die ik al had, bevestigen zij ook: Nederlanders mogen dit dan wel een leuk en bijzonder initiatief vinden, maar in Thailand zullen de mensen er mogelijk anders tegenaan kijken. De Thai houden niet zo van bemoeizuchtige buitenlanders, iets waar ik nadrukkelijk rekening mee zal moeten houden.
Nou scheelt het dat de crew Thais is en de papieren van de olifanten op naam van het Elephant Nature Park komen te staan. Verder zal ik tijdens de wandeling proberen niet al te nadrukkelijk op de voorgrond te treden, maar juist de aandacht te verschuiven naar de inspanningen die Thai, zoals Lek, van het Elephant Nature Park, verrichten om de olifanten , waar de Thai zo trots op zijn, en die zo verweven zijn in hun cultuur, te beschermen.
De ambassadeur heeft me verder wat praktische tips gegeven en aangegeven dat ik ze altijd kan bellen als er iets is. Erg fijn idee! Die avond ben ik naar een borrel van de Nederlandse Vereniging in Thailand gegaan (ook een tip van de ambassade). Het werd gehouden in het chique Blue Elephant restaurant, die wellicht mijn wandeling wel zouden willen sponsoren (verzoek wordt ingediend). Hier heb ik wat gesprekjes gevoerd over mogelijke subsidies, sponsorbijdragen, en het geven van olifantenles op een school in Bangkok. En ik heb me laten bijpraten over de straatolifanten van Bangkok. Die bleken de laatste weken weer erg veel te worden gesignaleerd. Op een kaart heb ik laten aankruisen waar ze zoal rondlopen, en waar de bruggen zijn waar ze waarschijnlijk onder slapen. Al met al toch een nuttige borrel.






Gistermiddag ben ik naar Samphran geweest. Een olifantenpretpark, waar olifanten voetballen, dansen, oorlogje spelen, met boomstammen slepen en kunstjes doen. Voelt vreemd om tussen het joelende publiek te zitten, wat dit bedenkelijke vermaak blijkbaar erg kan waarderen. Er lopen vooral veel babyolifantjes rond. Ze zijn ontzettend mak. Ze dansen, trommelen, staan op achterpoten en zelfs op hun hoofd! Na afloop lopen de baby’s tussen het publiek door. Ik sta op een afstand te filmen als er ongemerkt een baby naar me toekomt. De mahout is niet in de buurt. De olifantjes van het Elephant Nature Park zouden de kans niet voorbij laten gaan om me omver te duwen of de camera af te pakken. Maar dit olifantje kijkt alleen even of ik iets te eten bij me heb, wat de moeite waard is om een buiging voor te maken, en reageert verder totaal niet! Het olifantje van amper een jaar oud is nu al volledig geconditioneerd om de hele dag trucjes op te voeren voor toeristen, en zo geld bij elkaar te bedelen. Ik vraag me af of dit jonge dier ooit speels is geweest.
’s-Avonds ga ik het centrum van Bangkok in, op zoek naar olifanten. Ondanks dat de Thaise regering heeft verklaard dat er geen olifanten meer op straat lopen, heb ik van meerdere mensen het tegenovergestelde gehoord. Maar hoe vind je ze, in zo’n grote stad? Ik pak de kaart erbij waarop ik tijdens de borrel een aantal straten heb aangekruist: Nana, Patpong, Soi Cowboy, Asoke, Sukhumvit Soi 2 en 7. De Tuk Tuk chauffeur vraagt waar ik naar toe wil, en ik zeg dat ik olifanten wil zien. Alle chauffeurs worden er bij gehaald. De dierentuin is al dicht (alsof ik daar naar toe zou willen), en er zijn geen olifanten meer op straat. Ik moet morgen maar terug komen voor een tour naar Samphran… Ik heb het al bijna opgegeven als een van de chauffeurs vraagt: you want to feed bananas to baby elephant? Ja zeg ik, dat is wat ik wil! Nou hij weet ze wel voor me te vinden zegt hij. In de Tuk Tuk vertelt hij over de straatolifanten van Bangkok. Er zijn er op dit moment wat minder omdat de politie ze een tijdje terug uit de stad heeft proberen te verdrijven, maar langzaamaan beginnen ze weer terug te komen. Hij verwacht dat er over een maand weer net zoveel olifanten in Bangkok rondlopen als voorheen.
Ik voel me een beetje vreemd bij het idee dat de chauffeur werkelijk denkt dat ik als toerist aan dit hele circus van bedelende straatolifanten wil meedoen…
We scheuren met de Tuk Tuk kris kras door het verkeer. Af en toe roept de chauffeur iets met Chang (Thais voor olifant) naar voorbijgangers. De chauffeur lijkt dus echt zijn best voor me te doen. Dan komen we een met landbouwgewassen afgeladen vrachtwagen tegen. Op het moment dat ik het denk, zegt de chauffeur: “food for the elephants”. De eerste olifant is dan gauw gevonden. Nog geen twintig minuten nadat we onze zoektocht zijn gestart, zie ik een jonge olifant langs de drukke weg lopen. Ik spring uit de Tuk Tuk, met mijn videocamera en fotocamera in de aanslag. Tot verbazing van de chauffeur, de mahout en een meisje wat meteen op me afkomt om bananen te koop aan te bieden om de olifant te voeren, heb ik totaal geen oog voor hen. Met zijn drieën staan ze tegen me te praten, terwijl ik alleen de olifant in het vizier van mijn camera hou. De mahout die blijkbaar aanvoelt dat er aan mij geen geld is te verdienen, en die zich een beetje ongemakkelijk voelt in het licht van de camera loopt snel verder. Ik heb daardoor helaas geen kans met hem te spreken.
Door de chaos en de spanning heb ik niet echt goed naar de olifant kunnen kijken. Het moment was even snel voorbij als het gekomen was. In ieder geval heb ik met eigen ogen kunnen zien dat er in Bangkok nog steeds olifanten op straat lopen.
Volgende week een verslag van de situatie in het Elephant Nature Park. Het zou erg fijn zijn als er voor die tijd al wat extra donaties binnen zijn! Ik hoop dat ik op jullie kan rekenen.




